Rolmodel.

Boze vader kneust kaak van leerkracht, las ik vorige week in het nieuws. De week ervoor las ik over een moeder die zó boos was, dat ze de leerkracht van haar kind bij de keel had gegrepen. Tjonge. Die moeten allebei dan behoorlijk boos zijn geweest. Misschien was dit ook niet de eerste keer. Misschien zijn ze wel vaker zo boos. Misschien zijn ze ook wel eens zo boos op hun kinderen, is een gruwelijke gedachte die dan bij mij opkomt.
Zo komen er nog meer gedachten naar boven. Iets met dat naast leerkrachten ook ouders een opvoedkundige rol hebben, dat ze hun kinderen bepaalde normen en waarden dienen mee te geven, waardoor hun kinderen zich ontwikkelen tot sociaal vaardige, goed functionerende burgers in deze samenleving.

Denk even met me mee. Zoonlief ziet dat mama de keel van juf dichtknijpt. Wat zal er in dit kind omgaan wanneer hij dit ziet? Hoe verantwoord je achteraf als ouder zijnde in vredesnaam dit gedrag, hoe leg je dit uit aan je kind? Hoe ironisch is het dan dat vervolgens dezelfde ouder zoonlief corrigeert wanneer deze zijn broertje schopt? Dat kun je toch niet meer rechtzetten?

Zoon komt vervolgens op school. Alle klasgenoten weten al wat zijn moeder heeft gedaan. Iedereen is geschokt. En, zo gemeen als kinderen onder elkaar kunnen zijn, wordt hij geconfronteerd met de acties van zijn moeder. “Jouw moeder is gestoord en moet naar de gevangenis voor mishandeling!”, klettert de hele dag in zijn oren. Misschien hebben ze wel gelijk, maar wie wil zoiets nu horen over zijn moeder? ‘t Is wel zijn moeder. Maar ‘t is ook zijn juf. Die hij niet meer durft aan te kijken, dankzij zijn moeder.
Hij voelt zich verward, verdrietig, beschaamd en boos. Zolang zijn klasgenoten maar lang genoeg doorgaan, zal er bij hem op een gegeven moment iets breken. Ik denk dat dat bij iedereen het geval is. Iedereen heeft een breekpunt. Hoe zal dit breekpunt zich bij hem manifesteren? Misschien heeft hij thuis genoeg voorbeelden van breekpunten gehad van moederlief. Misschien is hij daardoor wel heel.. inventief. Zijn nietsvermoedende klasgenoten blijven treiteren, blijven hem triggeren. Want wie vliegt nou de juf aan? Dan ben je toch echt wel ziek in je hoofd. Zoon zit met tegenstrijdige gedachten. Zijn moeder is heus niet gestoord. Ze is lief. Ze kan lief zijn. Als ze niet boos is. Hielden ze nou maar een keer op met pesten..

… Jongen grijpt klasgenoot naar de keel, lees ik in de krant.

Goh.

 

Basak Kizilocak
31 maart ’15

 

Teveel hooi.

Soms ben ik best trots op mezelf. Vandaag is zo’n dag. Vandaag heb ik “nee” gezegd. Dat doe ik namelijk niet vaak. Ik denk en voel het wel, maar spreek het niet uit. Een diepe zucht, een diepe steun – waarna bijna altijd de woorden “vooruit dan, ik doe het wel even” uit mijn mond rollen. En dan voel ik me boos. Boos op mijn verstand. Of ik wel goed bij mijn hoofd ben. Waarom toch weer een “ja” terwijl ik toch echt “nee” voel? Vast en zeker herkenbaar voor velen, dat weet ik wel zeker.
Vandaag heb ik echter gehoor gegeven aan mijn gevoel, dat was best spannend. Achteraf voelde ik me niet meer boos, maar opgelucht!

Wat is de reden dat het zo lastig is om iets te weigeren? Komt dat voort uit het gevoel van tekort schieten? Of de angst om afgewezen te worden? Dus als ik nee zeg, dat ik het dan voorgoed verknal bij een ander? Of misschien omdat ik zo’n goedzak ben en niemand wil teleurstellen? Elke redenering klopt; alles is herkenbaar. Helaas. Dat maakt namelijk wel dat ik soms teveel hooi op mijn vork neem. Correctie: dat ik bewust teveel hooi op mijn vork neem. Want die tegenzin is er niet voor niets. Die tegenzin geeft eigenlijk al aan dat het genoeg is, dat het meer dan genoeg is, zelfs.

Dat ik vandaag heb geweigerd, betekent hoogstwaarschijnlijk niet dat ik nu meester ben in het weigeren van dingen. Dat wil ik ook helemaal niet. Het zou alleen zo fijn zijn om niet iedereen alsmaar tevreden te willen stellen. Iedereen, behalve mezelf.

En nu ga ik mijn overwinning (van vandaag, in elk geval) vieren met een zoeter dan zoet wijntje. Net als de smaak van die overwinning.

Woorden kunnen dit niet beschrijven.

Herinneringen aan vroeger overspoelen me.  De herinneringen gaan ver terug.

Ik was nog heel jong, zijn vrouw en hij waren op visite bij ons thuis. En hij vond het zo leuk om me te plagen. En ik werd dan boos, waardoor iedereen moest grinniken en ik maar niet snapte waarom. Jaren later lachten we er samen om.
Ik was nog heel jong, toen zij wederom bij ons op visite waren.  Wij, de kinderen, wilden graag de film der films (lees: ET!) kijken, die die avond op tv zou komen. Mama had ons beloofd dat we die mochten kijken. Destijds hadden we niet de luxe van meerdere tv’s in huis. Helaas werd de belofte daardoor verbroken; de volwassenen wilden wat anders kijken. Ziedend waren we. En dat zouden ze weten ook. Op de slaapkamer van mijn broer zaten we, alle kinderen, een wraakplan te smeden. Uiteindelijk waren we eruit.
Een voor een slopen we in het donker naar beneden, stilletjes de keuken in, waar het koffiezetapparaat op het aanrecht stond te pruttelen. We hadden bedacht dat we, een voor een, een snufje zout in het apparaat, in de koffie zouden gooien. Ik “mocht” als laatste. Niemand had me verteld waar ik dan precies dat snufje zout in moest gieten. En hoeveel. Toen improviseerde ik maar wat. Ik was erg gul met strooien, laten we het daar maar op houden.
Hoezo; wraak moet zoet zijn..? En toen was het boven maar afwachten. Tot de ouders de eerste slok hadden genomen. En wat er daarna zou gebeuren. Mijn vader kwam boos de trap op stormen en mijn broer (de kwajongen) kreeg straf.
Jaren later lachten we er nog elke keer samen om. Elke keer als hij met zijn vrouw op bezoek kwam, bleef ik vragen wat hij in zijn koffie had; melk, zout of suiker?
Samen met de twee gezinnen naar Disneyland Parijs geweest. Dolle pret!

Herinneringen aan die lieve, lieve man. Die lieve vriend van onze familie. Met zijn mooie uitstraling, met zijn immer lachende ogen.
De laatste jaren, nadat ik uit huis ben gegaan, heb ik hem niet vaak gezien, maar elke keer dat ik hem zag, weer die hartelijke, warme begroeting en oprechte interesse in hoe het met me ging.

Woorden kunnen niet beschrijven hoe erg ik het vind dat dat nooit meer zal gebeuren.
Hoe erg ik dat ga missen.

Ik vervloek alle vormen van zinloos geweld. Ik vervloek alle mensen die zich er schuldig aan maken. Waar haal je het recht, het lef vandaan om zo’n lieve man zodanig toe te takelen dat diegene nooit meer het daglicht zal zien? Hoe kun je nog leven met jezelf?

Carrière vs. relatie

De titel zegt het al: Waar trek je de grens als het gaat om carrière maken? Wanneer is het “genoeg”? Genoeg klinkt heel negatief, is niet zo bedoeld, maar “genoeg” wil zeggen: De partners in kwestie zien elkaar minder, zijn veel (meer) weg voor hun werk, er is bijna geen tijd meer om samen te zijn, om gewoon eens heerlijk tijd voor elkaar te hebben om van elkaar te genieten.
Carrière maken is van wezenlijk belang, dat ben ik met een ieder eens. Maar ik vind wel dat dat tot op een zekere hoogte geldt. Je carrière geeft je voldoening, je relatie met je partner geeft je – als het goed is – geluk. De uitdaging is om een balans tussen deze twee te vinden. En dat is best lastig. Heel lastig zelfs.
Let op: wanneer beide partners hun carrière even belangrijk vinden en daarvoor gaan, er duidelijke afspraken over zijn gemaakt, is er minder of zelfs geen sprake van een probleem. Dat is een keuze die je samen maakt en als beiden zich daarbij prettig voelen, is er niets aan de hand.
Wanneer het wel vervelend wordt? Wanneer een van de twee zich wellicht gepasseerd voelt, omdat de ander in diens ogen meer met zijn of haar werk bezig is. Wanneer de balans tussen werk en privé zoek raakt.
Hoe ga je hier als partners mee om? En, om terug te komen op mijn eerdere vraag: hoe en waar trek je de grens? En hoe concreet is die grens? Bijvoorbeeld zondag quality time samen, dus geen internet of telefoon? Of een keer “nee” durven zeggen tegen een grote opdracht, die veel (vrije) tijd gaat opslokken?
Werk is prima, een goede drijfveer, uitdagend.. absoluut. Ik ondervind zelf gelukkig nog steeds nieuwe uitdagingen en beproevingen in mijn werk. En zo hoort het ook te zijn. Als ik echter zou merken dat de balans in mijn privéleven zoek zou raken doordat mijn (te?) hoge ambities op werkvlak een negatieve invloed op mijn relatie zouden hebben, zou ik mezelf eens flink achter de oren krabben. Welke kant op die balans weegt voor mij het zwaarst? Ik zou het wel weten.

 

Open en eerlijk, alsjeblieft.

En daar zat ik dan vandaag, in de tandartsstoel. Bevend van angst en snotterend van de pijn. Ik ben niet gauw bang, vind dingen niet gauw eng of naar, maar voor alles moet een eerste keer zijn. Helaas. Maar, ik ben nu eindelijk bereid om het toe te geven: ik ben bang voor de tandartsstoel en voor alle haakjes en boortjes en nare geluiden van de tandartsinstrumenten; en dan vooral als die richting mijn gebit gaan.

Waar die angst vandaan komt? Veertien jaar was ik, toen ik voor de halfjaarlijkse controle bij de tandarts zat. Toen nog zonder angst. Wat waren dat mooie tijden!
Mijn vader en ik zaten bij dezelfde tandarts, dus gingen we altijd samen naar onze tandenvriend. De controle was voorbij, even een vervelende fluorbehandeling en klaar. Tenminste, dat is wat ik dacht. Mijn vader en de tandarts wisten beter. Ik kreeg te horen dat ik werd doorverwezen naar het ziekenhuis, omdat er even een foto moest worden gemaakt van mijn gebit. Prima. Waarom niet, dacht ik. Had ik al gezegd: mijn vader en de tandarts wisten beter? Een week of wat later zat ik in het ziekenhuis, deze keer samen met mijn moeder. Die inmiddels ook beter wist. En toen was ik aan de beurt. Ik ging zitten in de stoel, maakte me het gemakkelijk. Vroeg me grappend af of mijn haar wel goed zat voor de foto.
Tien minuten later stroomden de tranen over mijn wangen. Mijn mond was verdoofd en op dat moment werd er gesneden in mijn mond door de chirurg.

De tranen springen bijna weer in mijn ogen bij het ophalen van die nare herinnering. Wat voelde ik me belazerd. Wat een schrik. Trauma is een beter woord. Ik was totaal niet voorbereid op een heuse operatie, onwetend. Onder valse voorwendselen naar het ziekenhuis gelokt worden door je ouders en de tandarts die onder een hoedje spelen, die niets hadden gezegd, “omdat ze me niet bang wilden maken”. Ik ben dagenlang boos geweest op ze. Als ze me toen verteld hadden wat er zou komen, had ik niet in de daaropvolgende jaren een afkeer, een angst ontwikkeld voor alle tandartsbezoeken die nog komen zullen.

En dat doet me denken aan een collega, wiens kleuterzoontje moest worden geopereerd aan zijn keelamandelen. Ze vertelde me dat ze hem zo goed mogelijk hadden voorbereid op wat komen ging, met hem hadden gepraat over dat hij veel keelpijn zou hebben, maar dat dat maar even zou zijn en dat hij dan wel lekkere ijsjes mocht eten. Wanneer hij naar het ziekenhuis moest en hoe lang dat zou duren. Hoeveel nachtjes slapen dat zou zijn. En ga zo maar door.
Wat had ik een bewondering voor haar en haar manier van aanpakken! Ik denk echt dat dat werkt; kinderen kunnen wel tegen een stootje, zolang je ze maar voorbereidt op wat komen gaat. En hey, als een kleuter het kan, kan een veertienjarig meisje het zeker!

Mijn ouders heb ik geprobeerd duidelijk te maken dat ze het destijds anders hadden moeten aanpakken. Dat ook ik wel tegen een stootje kan, ook dertien jaar geleden. Ik denk niet dat zij zich realiseren hoeveel impact hun beslissing nu op mij heeft. Het is een groot wantrouwen dat ik voel tegenover welke tandarts dan ook en die angst is onbeschrijflijk. Het is dat ik de laatste dagen echt kapot ging van de pijn en mijn vriend het op een gegeven moment genoeg vond en de tandarts heeft gebeld, anders was ik vrolijk doorgegaan met het niet bezoeken van de tandarts.
Natuurlijk roep ik, net als bijna iedereen dat ik het later “anders” ga doen dan mijn ouders. En vaak zie je dat degenen die dat het hardst roepen, het meeste op hun eigen ouders gaan lijken, maar ik hoop echt dat dat in dit geval niet het geval zal zijn. Want ik weet uit eigen ervaring toen en eigen ervaring nu in de klas, dat je met kinderen heel veel bespreekbaar kunt maken. Openheid en eerlijkheid duurt het langst, hoe jong de persoon in kwestie ook is.

Over een jaar of tien zullen mijn kids dan waarschijnlijk ook mij aan de hand meetrekken naar binnen, de tandartspraktijk in. “Kom op, mam, het is echt niet eng! En als je lief blijft zitten, mag je ook nog een speeltje uitzoeken!”

 

En ze leefden nog lang en gelukkig, hun gebreken omarmend!

Morgen vieren mijn lieve vriend en ik ons 2,5-jarig samenzijn. Voor mij bijzonder, omdat ik geen idee heb hoe die 2,5 jaar zo snel voorbij zijn gegaan! Genieten doen we nog elke dag. Voor mij ook bijzonder, omdat ik ontzettend veel heb geleerd en nog steeds leer over relaties. Om het maar even heel mooi te zeggen: een relatie is net een plant; je moet ervoor zorgen en het aandacht geven – doe je dat niet, gaat het dood.
Mooie uitspraak en natuurlijk waar!

Maak tijd voor elkaar vrij, lekker even bijkletsen over elkaars werkdag. Heerlijk om even je ei bij elkaar kwijt te kunnen. Samen met een wijntje op de bank, een filmpje kijken, uit eten, vrienden opzoeken, een weekendje weg etcetera etcetera etcetera. Dat weten we allemaal wel. Kortom; het is essentieel om tijd en moeite in je relatie te (willen) steken. 

Dan komen we bij het om zeep helpen van relaties; dat zie je helaas ook vaak. Mensen komen bij elkaar en gaan uit elkaar, omdat het niet werkte. Dat kan gebeuren en al doende leert men. Hoop ik. Hoe help je je relatie om zeep? Zoals eerder gezegd; wanneer je geen energie in je relatie steekt, gaat het om zeep helpen vrij snel.
Maar er is nog een manier. Lees verder

Hello now, meet my then.

Een tijdje geleden kwam ik iemand van vroeger tegen. Lang niet meer gezien of gesproken, terwijl de vriendschap vroeger heel hecht was. Enthousiast als ik was, begon ik vrolijk tegen diegene te kleppen, als vanouds. Zelfde toon, en meteen aan het graven naar leuke herinneringen. Verbaasd was ik, toen ik merkte dat de ander eigenlijk niet eens inging op mijn opgravingen. Ik voelde de afstand, terwijl ze toch zeer beleefd was.
Op dat moment werd het gesprek van beide kanten rap afgekapt.
Het bleef echter wel een tijdje malen. Dit was zeker niet de eerste keer dat ik iemand van vroeger tegenkwam, maar waarom voelde dit dan zo vreemd? Lees verder

Eerst denken! Doen kan altijd nog!

Je kent het vast, het gevoel dat je met je mond vol tanden staat. Door wat de ander doet of zegt, weet je even niet wat je moet zeggen. Zo’n situatie had ik vanochtend op mijn werk.
Er speelde ineens iets, er kwam ineens een vraag, een opmerking, die ik niet had verwacht. Jammer ook dat degene tegenover me ook niet een heel vriendelijke uitstraling had, gezien ik daar juist erg gevoelig voor ben.
Om een kort verhaal ook kort te houden; ik heb, verdwaasd als ik was, op dat moment ingestemd met iets waar ik achteraf spijt van heb. Kan mezelf wel voor het hoofd slaan!
Ik ben de hele middag al aan het nadenken hoe ik dit soort situaties in de toekomst kan vermijden. Het voelt erg vervelend, want ik heb ja gezegd tegen iets wat aanvoelt als een big no-no.  Lees verder

Een compliment doet meer dan je denkt!

In de klas sluit ik de dag altijd met de kinderen af in de kring. We blikken dan terug naar hoe alles die dag is gegaan, waar we aan moeten denken voor de dag erna, maar ook is dit het moment waarop we elkaar complimenten geven. Eigenlijk is dit dan ook terugblikken op onze handelingen en gedrag van die dag. Heerlijk om dan te horen dat ze elkaar zoveel complimenten weten te geven. “Ik heb een compliment aan je, omdat je me vandaag zo goed hebt geholpen met die lastige som.” Of: “Ik heb een compliment aan jou, omdat het zo gezellig was met je in de pauze!” Het effect van zo’n compliment is groots! Heerlijk om te zien hoe het andere kind even totaal oplicht en glundert. Dat is wat een compliment met je doet! Lees verder